Over zelfinzicht, eigenwijsheid en de ontdekking dat je niet alles alleen hoeft te doen.
Wat een oud schoolrapport je kan vertellen
Het Nederlandse spreekwoord alle beetjes helpen betekent dat ook kleine bijdragen uiteindelijk kunnen helpen om een groter doel te bereiken. Ik begin steeds beter te begrijpen dat dit niet alleen geldt voor de dingen die we doen, maar ook voor de ervaringen die ons gedurende ons leven vormen. Wanneer je over een langere periode naar jezelf kijkt, ontstaat er een beeld dat je op een willekeurig moment in je leven misschien helemaal niet herkent. Neem bijvoorbeeld mijn rapporten van de basisschool. Daarin werd regelmatig geschreven dat ik slordig werkte, netter moest schrijven en langzaam was. Op zichzelf misschien begrijpelijke opmerkingen van een leerkracht. Maar als kind was ik daar helemaal niet zo bewust mee bezig. Ik speelde buiten met vrienden, binnen met mijn broer en ontdekte de wereld om mij heen. School was een onderdeel van mijn leven, maar zeker niet het middelpunt ervan. Ik was gewoon een kind. Toch kunnen opmerkingen die je in die periode meekrijgt jarenlang blijven hangen.
Van cijfers naar herinneringen
Na de basisschool veranderde de manier waarop mijn ontwikkeling werd beoordeeld. Tijdens mijn technische opleidingen kreeg ik vooral cijfers. De persoonlijke feedback over hoe ik leerde, dacht of werkte, werd veel minder zichtbaar. Maar ik heb wel mijn eigen herinneringen aan die periode. Ik herinner me bijvoorbeeld hoe ik tijdens mijn vervolgopleiding voor het eerst echt veel tijd en aandacht aan mijn huiswerk besteedde. Ik had inmiddels een vaste relatie en begon steeds serieuzer na te denken over mijn toekomst. Als ik verder wilde komen, moest ik daar zelf iets voor doen. Dus ging ik aan de slag. Ik besteedde veel aandacht aan mijn lesstof, documenteerde wat ik leerde en begon steeds beter verbanden te zien tussen verschillende onderwerpen. Mijn resultaten verbeterden aanzienlijk. Voor het eerst begon ik te geloven dat ik misschien ook een hbo-opleiding zou kunnen volgen. Achteraf gezien was dat een belangrijk moment. Niet omdat ik ineens iemand anders was geworden, maar omdat ik ontdekte dat mijn mogelijkheden groter waren dan ik eerder had gedacht.
De blinde vlek in je eigen ontwikkeling
Vervolgens neemt het leven je mee. Je krijgt een baan, misschien een relatie, kinderen, een huis, verantwoordelijkheden en telkens weer nieuwe uitdagingen. Je bent voortdurend bezig met alles wat er om je heen gebeurt. Maar hoeveel tijd besteed je eigenlijk aan het onderzoeken van jezelf? We kunnen vaak vrij gemakkelijk iets over anderen vertellen. We zien hun gedrag, herkennen patronen en hebben daar soms snel een oordeel over. Bij onszelf is dat veel lastiger. Je kijkt immers naar jezelf vanuit het beeld dat je gedurende je leven hebt opgebouwd. Een beeld dat mede gevormd wordt door je opvoeding, school, werkervaringen en de verwachtingen van anderen. Je bent langzaam. Je kunt niet goed plannen. Je werkt slordig. Je maakt veel schrijffouten. Je mist details. Wanneer je zulke boodschappen vaak genoeg hoort of zelf blijft herhalen, kunnen ze onderdeel worden van je identiteit. Niet omdat ze je volledig beschrijven, maar omdat je ze op een gegeven moment als vanzelfsprekend gaat beschouwen. En zo ontstaat een zelfbeeld dat je onbewust blijft verdedigen.
Onderhoud aan jezelf
In de IT weten we hoe belangrijk onderhoud is. We voeren updates uit, onderzoeken verstoringen, vervangen verouderde onderdelen en kijken of systemen nog aansluiten bij de eisen van vandaag. Maar hoe vaak passen we diezelfde gedachte toe op onszelf? Ook wij veranderen. Onze kennis groeit, omstandigheden veranderen en ervaringen zorgen ervoor dat we anders naar de wereld kijken. Toch blijven we soms werken met een beeld van onszelf dat tientallen jaren geleden is ontstaan. Er kan een moment komen waarop je merkt dat dit beeld niet meer helemaal klopt. Misschien loop je steeds tegen dezelfde problemen aan. Misschien merk je dat bepaalde eigenschappen je belemmeren. Of misschien ontdek je dat je veel meer kunt dan je jezelf jarenlang hebt voorgehouden. Soms heb je een partner, coach of iemand anders nodig die je helpt om vanuit een ander perspectief naar jezelf te kijken. Niet om een compleet ander mens te worden, maar om beter te begrijpen wie je bent en welke overtuigingen je onderweg hebt meegenomen. Voor mij is dat een ontdekkingsreis die nog steeds doorgaat.
Ik kan het zelf, maar moet ik het ook zelf doen?
Een van mijn meest recente ontdekkingen gaat over mijn manier van werken. Ik ben gewend om veel zelfstandig te doen. Dat heb ik gedurende mijn loopbaan geleerd en het heeft mij ook veel gebracht. Wanneer ik een technisch probleem tegenkom, onderzoek ik het. Ik verzamel informatie, probeer afhankelijkheden te begrijpen en werk toe naar een oplossing. Vaak lukt dat ook. Maar daarin schuilt een valkuil. Omdat ik weet hoe iets gerealiseerd kan worden, ben ik geneigd om het vervolgens ook zelf te doen. En wanneer een project complexer wordt, stapelen de werkzaamheden zich op. Ik ben dan niet alleen bezig met onderzoeken en ontwerpen, maar ook met configureren, implementeren, testen, documenteren en coördineren. Het gevolg? Ik word langzaam. Of beter gezegd: ik word zelf een bottleneck in het project. Dat is een confronterende ontdekking, zeker wanneer langzaam werken al sinds je basisschooltijd als een persoonlijke tekortkoming wordt benoemd. Maar is dat eigenlijk wel de juiste conclusie?
Van technische uitvoering naar regie
De afgelopen periode ben ik betrokken bij een project waarin een nieuwe applicatieomgeving moet worden gerealiseerd. Om te begrijpen wat daarvoor nodig is, heb ik veel tijd besteed aan het verzamelen van technische kennis. Welke componenten zijn noodzakelijk? Welke afhankelijkheden bestaan er? Wat moet eerst worden ingericht voordat andere onderdelen gerealiseerd kunnen worden? Door die informatie te verzamelen, ontstond steeds meer overzicht. Ik kon aangeven waar we stonden, wat nog ontbrak en welke werkzaamheden nodig waren. Maar gaandeweg ontdekte ik ook iets anders. De technische regie die nodig was om alle onderdelen bij elkaar te brengen, ging verder dan mijn oorspronkelijke uitvoerende rol. En doordat ik zowel het overzicht probeerde te bewaren als veel werkzaamheden zelf uitvoerde, ontstond er een nieuwe afhankelijkheid. Van mij. Dat was precies wat ik niet wilde. Een project moet immers niet afhankelijk worden van één persoon die alle kennis verzamelt, alle vragen beantwoordt en vervolgens ook alle werkzaamheden uitvoert. Dus moest ik iets veranderen. Niet door minder verantwoordelijkheid te nemen, maar door verantwoordelijkheid anders te organiseren.
De kracht van anderen betrekken
Ik begin steeds beter te begrijpen dat mijn grootste bijdrage niet noodzakelijk ligt in het zelf uitvoeren van iedere technische handeling. Mijn kracht ligt vooral in het ontwikkelen en zichtbaar maken van het totaalbeeld. Wanneer duidelijk is wat er moet gebeuren, kunnen collega's hun eigen expertise inzetten om onderdelen van de oplossing te realiseren. Daarmee ontstaat ruimte voor specialisatie, samenwerking en kennisoverdracht. Mijn rol verandert dan. Van degene die alles probeert uit te zoeken en uit te voeren, naar degene die de samenhang bewaakt, afhankelijkheden zichtbaar maakt en anderen helpt om verder te komen. Dat betekent overigens niet dat ik overal de controle over heb. En dat hoeft ook niet. Juist door andere mensen te betrekken, kunnen we werkzaamheden beter verdelen en de oplossing professioneler opbouwen. We verkleinen daarmee ook het risico dat één persoon het centrale aanspreekpunt voor alles wordt, of zelfs het enige punt waarop een project kan vastlopen. In IT-termen: een SPOC hoeft geen SPOF te worden. Een Single Point of Contact hoeft geen Single Point of Failure te zijn.
Ik ben niet perfect. En dat hoeft ook niet.
Ja, ik ben soms langzaam. Ik werk niet altijd even netjes, mis weleens details en maak meer schrijffouten dan mij lief is. Plannen en afspraken structureren is niet mijn grootste talent. Dat wist ik eigenlijk al toen ik nog op de basisschool zat. Maar wat ik toen nog niet wist, is dat ik ook andere kwaliteiten zou ontwikkelen die minstens zo belangrijk zijn. Ik kan complexe vraagstukken analyseren, verbanden ontdekken en een beeld vormen van hoe verschillende onderdelen samen moeten werken. Ik kan een project binnenkomen waarin nog veel onduidelijk is en door vragen te stellen langzaam maar zeker zichtbaar maken wat er werkelijk moet gebeuren. En soms duurt dat inderdaad even. Maar wanneer het plaatje eenmaal duidelijk wordt, kan ik anderen meenemen in een richting die eerst nog niet zichtbaar was. Daar ben ik trots op. Niet omdat ik alles weet of omdat mijn oplossingen altijd de beste zijn. Ook ik maak fouten, neem soms een verkeerde afslag of ontdek achteraf dat iets eenvoudiger had gekund. Maar ik durf inmiddels met enige afstand naar mijn werk te kijken. Wat hebben we gerealiseerd? Wat is er verbeterd? Welke problemen hebben we voorkomen? En kunnen anderen verder met wat ik heb achtergelaten? Dat vind ik belangrijkere vragen dan de vraag of ik iedere dag precies volgens planning heb gewerkt.
Oordeel gerust, maar kijk eerst naar het hele plaatje
Misschien zit er ook wel een eigenwijs kantje aan mijn karakter. Ik heb er namelijk moeite mee wanneer mensen een oordeel vormen over iemands functioneren zonder te begrijpen wat diegene probeert te realiseren. Natuurlijk moet ik mij kunnen verantwoorden. Afspraken zijn belangrijk, voortgang moet zichtbaar zijn en kritiek kan terecht zijn. Maar niet alles wat waarde toevoegt, is onmiddellijk meetbaar. Soms ben ik ogenschijnlijk niet zo snel bezig met het opleveren van concrete resultaten, omdat ik eerst probeer te begrijpen waarom bepaalde onderdelen ontbreken of niet goed op elkaar aansluiten. Die tijd is niet per definitie verloren tijd. Het kan juist de basis vormen voor een oplossing waarmee een heel team daarna verder kan. En ja, soms moet ik daarin worden afgeremd. Niet omdat mijn analyse verkeerd is, maar omdat ik opnieuw geneigd ben te veel zelf te willen doen. Ook dat leer ik steeds beter herkennen.
Mijn doel is niet om de onmisbare expert te worden bij wie iedereen voor ieder probleem moet aankloppen. Ik wil juist dat mijn kennis, inzichten en oplossingen overdraagbaar worden. Dat collega's begrijpen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt en zelfstandig verder kunnen bouwen. Dus kom gerust met je problemen, je kritische vragen en je twijfels. Maar geef mij ook de ruimte om het grotere geheel zichtbaar te maken. En beoordeel mij niet uitsluitend op de details die ik onderweg misschien heb gemist. Kijk vooral naar wat we uiteindelijk samen hebben gerealiseerd.
Alle beetjes helpen. Ook die van jezelf.
Wanneer ik nu terugkijk op mijn leven, zie ik steeds beter hoe ervaringen zich opstapelen. De opmerkingen op mijn basisschoolrapporten. Mijn technische opleidingen. De banen die ik wel en niet kreeg. De fouten die ik maakte. De mensen die mij hielpen. En de projecten waarin ik ontdekte waar mijn kracht werkelijk ligt. Al die ervaringen hebben iets bijgedragen. Ook de minder leuke. Misschien is dat wel de belangrijkste ontdekking van mijn persoonlijke ontwikkeling. Je hoeft niet alles aan jezelf te veranderen om te groeien.
Soms moet je juist leren accepteren welke eigenschappen bij je horen, begrijpen waar je kwaliteiten liggen en ontdekken hoe je die samen met anderen het beste kunt inzetten. Ik ben niet de snelste, niet de meest georganiseerde en zeker niet degene die altijd overal controle over heeft. Maar geef mij een complex vraagstuk, de ruimte om verbanden te onderzoeken en collega's met wie ik kan samenwerken. Dan ontstaat er vaak iets waar ik met recht trots op kan zijn. En als ik daarna vertrek, hoop ik dat anderen zelfstandig kunnen doorgaan met wat we samen hebben opgebouwd. Want uiteindelijk gaat het mij niet om de vraag of iedereen zich herinnert wat ik persoonlijk heb gedaan. Het gaat mij erom dat wat we hebben gerealiseerd, blijft werken.
En mocht iemand zich daarna nog afvragen of ik mijn werk goed heb gedaan?
Dan mag diegene best kritisch zijn. Ik heb mijn eigen oordeel waarschijnlijk ook al gevormd. En geloof me, daarin ben ik soms mijn strengste criticus.
