Sinds oktober werk ik binnen een organisatie waar een nieuwe applicatieomgeving wordt opgebouwd. Recent heb ik een demo-omgeving opgeleverd op een Linux-platform. Op papier klinkt dat misschien als een technische oplevering, maar in de praktijk omvatte het veel meer dan alleen het installeren en configureren van software.
Voor het realiseren van de omgeving moest ik mij verdiepen in onder andere Linux, JBoss, PostgreSQL, Flyway, Keycloak, ActiveMQ, certificaten, databaseverbindingen en de inrichting van een OTAP-landschap. Veel onderdelen waren onderling afhankelijk. Een aanpassing in de applicatie kon gevolgen hebben voor de database, authenticatie, infrastructuur of deploymentconfiguratie.
Daardoor is mijn werk als applicatiebeheerder aan het verschuiven.
Waar applicatiebeheer traditioneel vaak wordt gezien als het beheren en oplossen van incidenten binnen een bestaande omgeving, ben ik in dit project steeds eerder betrokken bij keuzes over de inrichting van het landschap. Ik werk veelvuldig samen met ontwikkelaars, infrastructuurspecialisten, functioneel beheer en de projectleider.
Mijn rol bestaat daardoor steeds meer uit:
- het inzichtelijk maken van technische afhankelijkheden;
- het vertalen van applicatievereisten naar infrastructuur;
- het voorbereiden en structureren van OTAP-omgevingen;
- het analyseren van verstoringen en ontbrekende randvoorwaarden;
- het coördineren van acties tussen verschillende disciplines;
- het vastleggen van procedures, configuraties en leerpunten;
- het aangeven welke stappen nodig zijn om het project verder te brengen.
In dit project merk ik dat mijn toegevoegde waarde niet alleen ligt in de technische uitvoering. Ik handel proactief door ontbrekende randvoorwaarden en afhankelijkheden vroegtijdig zichtbaar te maken. Tegelijkertijd vraagt de samenwerking met ontwikkelaars, projectleiding en beheerteams om heldere communicatie en voortdurende afstemming. Door technische én organisatorische verbanden te analyseren, kan ik richting geven aan de stappen die nodig zijn om het project verder te brengen.
Zonder een werkende infrastructuur kunnen ontwikkelaars niet testen, kan functioneel beheer niet accepteren en kan een projectleider geen realistische planning maken. De technische inrichting is daarmee geen activiteit aan de zijlijn, maar een belangrijke basis onder het project.
AI als versneller van ontwikkeling
Bij het realiseren van deze omgeving heb ik veelvuldig gebruikgemaakt van AI. Niet als vervanging van technische kennis of ervaring, maar als hulpmiddel bij analyse, troubleshooting, documentatie en het verkennen van nieuwe technologie.
AI hielp mij om foutmeldingen sneller te interpreteren, configuraties te controleren, procedures op te stellen en complexe technische onderwerpen te vertalen naar concrete vervolgstappen.
De uiteindelijke keuzes, controles en implementaties bleven mijn verantwoordelijkheid. Juist de combinatie van praktijkervaring, logisch analyseren, samenwerking met specialisten en AI-ondersteuning maakte het mogelijk om sneller resultaat te boeken.
Tegelijkertijd merkte ik hoe belangrijk het is om regelmatig terug te kijken. Door de dagelijkse drukte, incidenten en technische details is het gemakkelijk om te vergeten hoeveel stappen er inmiddels zijn gezet.
De oplevering van de demo-omgeving is daarom niet alleen een technisch resultaat. Het laat ook zien hoe mijn eigen rol zich ontwikkelt: van applicaties beheren naar technische samenhang organiseren, richting geven en verschillende werelden binnen IT met elkaar verbinden.
Voor mij ligt daar steeds meer de verbinding tussen technisch applicatiebeheer en de rol van Business IT Analyst: begrijpen wat de organisatie nodig heeft, analyseren wat technisch noodzakelijk is en zorgen dat mensen, processen, applicaties en infrastructuur op elkaar aansluiten.
#Applicatiebeheer #BusinessITAnalyse #Linux #DevOps #OTAP #ITInfrastructuur #AI #TechnischeRegie #ProfessioneleOntwikkeling
